Sanitair. Een beknopt historisch overzicht

Baden is natuurlijk
In het begin van de negentiende eeuw
Op zichzelf staande douches
Het lavet – het wastafelmeubel
De ontwikkeling van het toilet
Vaak bevond zich in de hal
De kranen die...
Verschillende accessoires

Baden is natuurlijk

Baden is natuurlijk Baden is natuurlijk iets van alle tijden. Maar persoonlijke hygiëne was vroeger niet zo vanzelfsprekend als vandaag de dag. Het einde van de vorige eeuw werd getekend door de industrialisatie en verstedelijking, zowel in Europa als de VS. De grote steden werden geplaagd door epidemieën die door het ontbreken van een rioleringstelsel om zich heen konden grijpen. Stadsbesturen besloten tot het aanleggen van riolering om dit probleem het hoofd te bieden. In de VS werden strenge ‘sanitation laws’ uitgevaardigd waarin werd bepaald dat elk huis voorzien moest zijn van een toilet en badgelegenheid. In Nederland werd het pas vanaf 1910 verplicht elke woning te voorzien van een apart toilet. Een badkamer werd voor nieuwbouwwoningen pas vanaf 1965 verplicht.

De behoefte aan sanitaire producten werd steeds groter en het aantal uitvindingen en patentaanvragen op dit gebied groeide enorm. Technische ontwikkelingen volgden elkaar in hoog tempo op. In Engeland ontwikkelden Alexander Cummings, een Londense klokkenmaker, en Joseph Bramah, een meubelmaker, in de achttiende eeuw de eerste toiletpotten met spoelsystemen. Deze waren echter dermate ingewikkeld en kostbaar dat ze voor het grote publiek onbereikbaar bleven. Boven- dien was de aanleg van een riolering en stromend water voor de toevoer van water naar de cisternes een voorwaarde voor de toepassing van een toilet. Met de aanleg van waterleiding werden in badkamers de houtgestookte waterreservoirs vervangen door ketels die aangesloten waren op de waterleiding waardoor men op elk moment van de dag de beschikking kreeg over warm water. Hout en kolen maakten in de loop van een aantal decennia plaats voor gas – en nog weer later voor elektriciteit - en badkamers werden voorzien van geisers. Door de aansluiting van woningen op waterleiding en riool was er schoon water om zich te wassen en kon men het afvalwater op een verantwoorde wijze lozen. In het begin waren deze zaken alleen bereikbaar voor de rijken die zich dergelijke luxe konden veroorloven maar als snel kwam er een enorme massaproductie op gang die sanitaire producten ook bereikbaar maakte voor de in opkomst zijnde middenklasse. Door al deze uitvindingen werd het baden een minder tijdrovende aangelegenheid en werden ernstige epidemieën eindelijk beteugeld.

> naar boven

In het begin van de negentiende eeuw

In het begin van de negentiende eeuw In het begin van de negentiende eeuw was de badkamer vaak een verlengde van de slaapkamer. In rijkere milieus was de wastobbe een heuse sofa met draperieen van stof, niet in de laatste plaats uit schaamte voor naaktheid. Deze tobbe werd in de loop van de negentiende eeuw meer en meer een zelfstandig meubelstuk. De eerste vrijstaande baden waren van koper.

Niet voor niets werd door de fabrikanten voor dit materiaal gekozen, koper houdt immers de warmte goed vast. De goedkopere baden waren meestal van zink. Qua model identiek aan de koperen maar lang niet zo duur zodat meer mensen zich deze luxe konden veroorloven in combinatie met een op hout gestookte ketel. De eerste badkuipen werden gevuld met heet water uit deze ketel. In dit type badkuip vinden we nu nog steeds het metalen plaatje waarmee de hoogte werd aangegeven die men diende aan te houden voor het warme water om – eenmaal vermengd met het koude water – de ideale temperatuur te verkrijgen.

In het begin van de negentiende eeuw In Frankrijk, Engeland en de VS werden nieuwe huizen vanaf het begin van de negentiende eeuw voorzien van een aparte wasruimte, al naar gelang de luxe van de woning werd deze ruimte uitgerust met een wastafel en een toilet, eventueel aangevuld met een badkuip, douche en bidet wanneer het om een echt luxueuze badkamer ging. In Nederland ging deze ontwikkeling een stuk langzamer.

De badkamer werd zo steeds meer een zelfstandige ruimte, centraal gelegen in het huis met betegelde wanden en vloeren. De koperen badkuip maakte plaats voor een geëmailleerd exemplaar dat op pootjes stond en veel eenvoudiger schoon te maken was dan het koperen model.

Door deze ontwikkelingen ontstonden er in Europa en de VS vele sanitairfirma’s die konden voorzien in de enorme vraag naar sanitaire producten. In de Verenigde Staten waren dat bijvoorbeeld de firma’s JC Mott, Kohler en Shanks , in Frankrijk waren Porcher, Charles Blanc en Jacob Delafon belangrijke producenten. Engeland kende Twyford en de firma Johnson & Brothers die ook veel producten naar het Europese vasteland exporteerden.

In het begin van de negentiende eeuw In het begin van de negentiende eeuw

In het begin van de negentiende eeuw In Nederland was de bekende firma Peck & Co gevestigd in Amsterdam. Allen boden hun cliëntèle uitgebreide en rijk geïllustreerde catalogi die jaarlijks werden uitgegeven. Deze catalogi geven een goed overzicht van de snelheid waarin ontwikkelingen op sanitair gebied zich voltrokken vanaf het einde van de negentiende eeuw. Verbazingwekkend is daarbij de enorme variatie in modellen, allen stuk voor stuk aangeprezen als ‘ modern’ en ‘ hygiënisch’. Het zijn vooral deze catalogi die goed laten zien hoe snel de ontwikkelingen en ‘ uitvindingen’ gingen,maar tegelijkertijd zien we ook dat de mode op badkamergebied nog niet zo onderhevig was aan trends. Modellen die aan het begin van de negentiende eeuw in de catalogi worden aangeboden, zien we 10 of 15 jaar later nog steeds terug, uiteraard wel in ‘verbeterde’ vorm.

Het koperen of zinken bad werd in de meeste huishoudens die over een bad konden beschikken, vervangen door een model van geëmailleerd gietijzer. Daar waar de koperen baden geschrobd moesten worden met zoutzuur om ze te ontdoen van oxidatie, kon men bij een geëmailleerd bad volstaan met zeepsop. Bij de meeste fabrikanten had de klant de keuze uit een enorme hoeveelheid modellen in diverse afmetingen en in verschillende uitvoeringen. Ovaal, met een rechte achterkant, voorzien van een overloopsysteem, met een witte buitenkant of voorzien van de meest prachtig gedecoreerde pootjes en beschilderd met elegante decoraties, waarbij de klant kon kiezen uit verschillende kleuren en patronen. De zo karakteristieke pootjes van deze badkuipen hadden vaak de vorm van een leeuwenklauw of van een adelaarspoot die om een bal geklemd is.

In het begin van de negentiende eeuw In het begin van de negentiende eeuw

Vanaf het begin van de negentiende eeuw werden onder invloed van de Art Nouveau ook meer florale motieven populair. Tijdens de Art Deco zien we dat de decoraties van baden steeds strakker worden.

> naar boven

Op zichzelf staande douches

Op zichzelf staande douches waren aan het einde van de negentiende eeuw en aan het begin van de twintigste eeuw nog niet zo gangbaar als nu.

Douchen werd in het begin vooral beschouwd als heilzaam en therapeutisch. In kuuroorden kon men op doktersvoorschrift koude douches ondergaan met harde stralen, bij wijze van massage. De Duitse arts Kneipp was de grote voorstander van dergelijke heilzame koude baden. Douchen werd ook meer gezien als een mannelij- ke aangelegenheid. Mannen werden aangespoord om te douchen na het werk en na het sporten. Een harde waterstraal was niet geschikt voor een fragiel vrouwenlichaam. Ook de prijs van een aparte douche speelde een rol, het was echt een grote luxe die slechts weinigen zich konden veroorloven. De meeste huishoudens hadden een bad met een badmengkraan die bestond uit twee losse kranen , één voor warm en één voor koud water. Aan het begin van de negentiende eeuw werd de heilzaamheid van een douche echter steeds belangrijker. Een warm bad diende gevolgd te worden door een koude stortdouche en vandaar dat sanitairfabrikanten badkranen in hun collectie opnamen die waren voorzien van een dergelijke stortdouche. Voor de dames hadden veel fabrikanten een speciale nekdouche in de collectie, zodat ingewikkelde kapsels niet bedorven raakten, haren niet nat werden en de scherpe stralen van een stortdouche konden worden vermeden.

> naar boven

Het lavet – het wastafelmeubel

Het lavet – het wastafelmeubel – in de slaapkamer – veranderde aan het einde van de negentiende eeuw ook snel van vorm. Was het in de achttiende en negentiende eeuw meer een kapmeubel, met naast een kan en waskom ook de mogelijkheid om een pruik op te hangen en haarborstels in op te bergen, zo werd het in de loop van de negentiende eeuw een meubel waarin een waskom was verzonken en dat voorzien was van een waterreservoir, bij gebrek aan stromend water. Dit reservoir werd dagelijks gevuld en de kom was voorzien van een kiepmechanisme.

Het gebruikte water kwam terecht in een emmer en deze werd aan het einde van de dag (door de dienstbode) geleegd. Met de komst van het stromende water in de woonhuizen konden dergelijke meubels worden aangesloten op de waterleiding en verhuisde ook de wastafel van de slaapkamer naar de badkamer.

Het houten meubel werd verdrongen door andere ‘ moderne’ materialen. Eerst werd een porseleinen kom nog gevat in een frame gemaakt van het moderne materiaal gietijzer dat in allerlei grillige vormen kon worden gegoten.

Later zien we dat fabrikanten naast het aanbod van houten en gietijzeren meubels, wastafels gaan aanbieden die helemaal van het veel hygiënischere porselein of vuurklei (aardewerk) zijn gemaakt. Deze meubels werden in serie vervaardigd en de klant had keuze uit vele modellen: op zuil, op twee poten of op één poot, op een frame of hangend op beugels. Voor scholen en kantines werden speciale geschakelde modellen vervaardigd en ook voor ziekenhuizen en sanatoria of kuurinstellingen boden de sanitair fabrikanten verschillende oplossingen.

Al deze modellen en varianten werden opgenomen in uitvoerige catalogi die hierdoor steeds omvangrijker werden. Gebonden catalogi van 200 pagina’s waren geen uitzondering.

> naar boven

De ontwikkeling van het toilet

De ontwikkeling van het toilet vormt een verhaal apart binnen de geschiedenis van het sanitair. Het eerste toilet met doorspoelmogelijkheid werd al in 1596 in Engeland uitgevonden door Sir John Harrington. Zijn uitvinding vond echter geen grote navolging in Engeland of de rest van Europa, het was meer een incident. Pas in de achttiende eeuw gingen porseleinfabrieken meer aandacht besteden aan de porseleinen pot of tinnen nachtspiegel. Deze diende‘ onzichtbaar te zijn en werd om deze reden verstopt in een bijzettafel of in een mooie stoel. De pot zelf mocht wel een lust voor het oog zijn en werd voorzien van allerlei decoraties. In de loop van de achttiende en negentiende eeuw waren er diverse uitvinders die hun wc systemen lieten patenteren. Aan het einde van de negentiende eeuw beleefde de wc, het water closet zijn hoogtijdagen wat vorm en decoratie betreft. De catalogi van Europese en Amerikaanse sanitairfirma’s staan vol met toiletten met welluidende namen zoals ‘Niagara Falls’, ‘Silentium’ of ‘Simplicitas’. Stuk voor stuk rijk gedecoreerd met bloemenmotieven of gegoten in de vorm van een dolfijn of leeuw.

Indien bedoeld voor publieke ruimtes waren de toiletten voorzien van een klein vliegje of bijtje, aangebracht onder het glazuur in de pot en bedoeld voor de heren om op te richten.

> naar boven

Vaak bevond zich in de hal

Vaak bevond zich in de hal naast de deur naar het toilet een klein fonteintje. Bedoeld voor het wassen van de handen na toiletbezoek maar ook voor gasten van buiten. De meeste van deze fonteintjes waren voorzien van een hoge achterkant om spatten tegen de muur te voorkomen en soms van een koperen rooster om een emmer op te zetten. In oude Amsterdamse grachtenpanden zien we nog de zeventiende eeuwse voorlopers van deze negentiende- eeuwse modellen die van porselein zijn. Fabrikanten boden een zeer breed assortiment van dergelijke fonteintjes: beschilderd met de mooiste decoraties, met bolle achterkant om een ‘nis-effect’ te bereiken, met bakken in de vorm van schelpen of als hoekmodel.

Gave exemplaren zijn moeilijk te vinden omdat het echte gebruiksvoorwerpen waren die jaar in jaar uit dienst deden en bij sloop vaak onvakkundig werden weggehaald waardoor ze braken op hun zwakste plek, tussen de bak en de hoge achterkant.

> naar boven

De kranen die...

De kranen die in de eerste badkamers werden geïnstalleerd waren gemaakt van een koperlegering die werd vernikkeld. Door slijtage van deze laag nikkel lijken oude kranen die we nu nog kunnen vinden vaak geheel van koper te zijn geweest maar niets is minder waar. Rondom 1900 bieden alle fabrikanten vernikkelde kranen aan en pas in de loop van de jaren twintig zien we dat een afwerking in chroom in de mode komt waardoor het nikkel uiteindelijk wordt verdrongen. De eerste badkranen waren nog geen mengkranen, hadden één kraan voor warm en één voor koud water.

Qua vormentaal zien we dat de meeste fabrikanten terug-grijpen op de vorm van middeleeuwse waterspuwers (bec gargouille), ook elegante zwanenhalzen (col de cygne) en platte vissenstaarten (queue de carpe) fungeerden als inspiratiebron voor de uitloop van kranen. Wastafels waren in het begin ook voorzien van twee kranen. Soms vinden we wastafels met een kraan voor koud water en een ringenbakje – vaak aangezien voor zeepbakje – dat werd gebruikt om het tweede gat op te vullen. Wastafels met dergelijke ringenbakjes zien we terug in openbare gelegenheden. De dames konden hun kostbare ringen op een ringenbakje leggen zodatde ze niet nat zouden worden.

> naar boven

Verschillende accessoires

Verschillende accessoires maakten van het begin af aan onderdeel uit van de badkamer. Bij het bad hing een sponsmand, boven de wastafel een planchet met aan weerszijden daarvan beker- en karafhouders.

De karaf werd gevuld met drinkbaar water. Daarnaast waren er speciale houders voor de tandenborstel en bakjes om zeep op te leggen. Gaslampen voorzagen de badkamers van licht en waren in eerste instantie van vernikkeld ijzer. Met gasbranders werden ook zogenaamde handdoekenwarmers verwarmd. Dit waren kleine kastjes voorzien van een ruimte om handdoeken in te leggen. Deze werden van onderen verwarmd door een kleine vlam. Met de intrede van elektriciteit in de woningen werden metalen armaturen te gevaarlijk en geeft men de voorkeur aan lichtarmaturen van porselein.

Catalogi laten een enorme hoeveelheid aan soorten accessoires zien. Aan het begin van de negentiende eeuw zijn deze overwegend vernikkeld, later wordt het aanbod van porseleinen accessoires steeds groter. Een zeldzaamheid onder de accessoires wordt gevormd door de toiletrolhouders. Toiletpapier was een uitvinding die aan het einde van de negentiende eeuw werd gedaan in de VS. Eerst was er sprake van losse stukjes papier die pasten in een gepatenteerde houder, later stapten fabrikanten over op papierrollen die in wandhouders pasten. In Frankrijk is men bij het systeem van losse papiertjes gebleven en vinden we vooral porseleinen houders voor losse vellen. Toiletrolhouders voor rollen zijn bijna onvindbaar geworden.

> naar boven